[Wat ziet Bert?] Hennie en Alfons, de assistenten van Henk ten Cate
20 november 2006
In zijn nieuwste column voor Ajax Online neemt Bert van der Put de twee assistent-coaches van Ajax onder de loep. Bij hun komst bestond er nog veel scepsis over de capaciteiten van Hennie Spijkerman en Alfons Groenendijk, maar in korte tijd hebben zij aangetoond dat Henk ten Cate het misschien lang niet zo verkeerd zag. Bovendien zet onze columnist vraagtekens bij het vereiste van een Ajax-achtergrond voor mensen van de technische staf. Want is dit nu eigenlijk wel zo'n must?
Hennie en Alfons, de assistenten van Ten Cate - door Bert van der Put
Het is nu ongeveer een half jaar geleden dat de twee hoofdpersonen van deze bijdrage hun contract bij Ajax kregen. Ik behoor tot diegenen die bij het horen van de namen de wenkbrauwen fronste. Ik nam aan dat Ajax van zijn geloof gevallen was. Een geloof in het hoogst bereikbare, verwezenlijkt door al gearriveerde mensen van topniveau.
Ook al is het nog te vroeg om een gefundeerd oordeel over de nieuwe technische stafleden te laten horen, toch is het volgens mij al wel tijd voor een licht excuus. Een excuus voor te snel met een oordeel komen. Zelfs het voordeel van de twijfel was bij mij in het begin niet mogelijk. Na het lezen van publicaties en na het leggen van contacten met de vroegere werkkring van Henk ten Cate's hulpen moet mijn mening zeker al wel voor een behoorlijk percentage worden bijgesteld.
Laat ik het eerst maar eens over Hennie Spijkerman hebben. Zou het ooit zover komen dat het mister Spikeyman wordt? What's in a name? Eerst was ik voortdurend bezig hem steeds met voorganger Ruud Krol te vergelijken. Van Ruud weet ik sowieso meer: zijn voetbal-cv is uitgebreider en zijn ervaring staat buiten iedere discussie. Tijdens tv-wedstrijden zag ik hem ook echt zítten, enigszins schuchter op de achtergrond, maar toch aanwezig.
Van de wedstrijden en flitsen die ik dit seizoen tot nu toe van Ajax gezien heb is me géén beeld van Hennie Spijkerman bijgebleven. Pas ná het raadplegen van mijn informatie zit de goede man op mijn netvlies. Toch moeten de verantwoordelijken bij Ajax geweten hebben waar ze met Spijkerman aan begonnen. Allereerst brengt Hennie een zevenjarige ervaring als trainer met zich mee. De hierbij horende clubs, VVV, Emmen, Go Ahead en FC Zwolle spreken bij mij niet tot de verbeelding.
Ik begrijp daarom zijn keuze voor de veilige weg, eerst assistent worden. Daarbij brengt de nieuwe man een méérwaarde mee die hem bij het beklimmen van de voetbalwaarderingsladder wel degelijk zal gaan helpen. Je weet maar nooit waar zijn ruime managementervaring als bankdirecteur nog toe kan gaan dienen. Misschien heeft hij wel de gouden tip voor de penningmeester van Ajax hoe voortaan beter uit de winst- en verliescijfers te komen valt. Maar dan moet je je als machtig bestuurslid wel klein maken en dat is in zo'n wereldje geen peuleschil.
Leiding kunnen geven zit er bij Hennie dus in. Hij kan de positie van Henk ten Cate overnemen als dat nodig is. En dat kan zomaar gebeuren. Explosief als onze hoofdcoach is zie ik Henk nog wel eens op de tribune belanden. Iemand met Spijkermans kwaliteiten kan goed iets op anderen overbrengen. Tjeerd Korf, speler uit de selectie van FC Zwolle, heeft dit aan den lijve ondervonden. Bij deze club werd bij de training de oefenstof voor zes weken vastgesteld. In de daaropvolgende gelijkdurende periode werd deze stof dan herhaald, maar dan op een telkens hoger niveau. Tjeerd Korf voelde dat er achter deze aanpak visie zat. Deze mening lieten ook oud-spelers als Santi Kolk en Jasar Takak horen.
Als mens kan de nieuwe eerste assistent véél voor de spelers met wie hij werkt betekenen.
We citeren Reijer Groenman, de pr-man van FC Zwolle: "Als persoon is hij een zeer prettig man. Aardig, beleefd, charmant en hij staat open voor alles en iedereen." Henk ten Cate ziet deze Hennie als een goede aanvulling op zichzelf: het is het bedachtzame van de assistent tegenover het explosieve van de hoofdtrainer.
De positieve resultaten van Ajax tot nu toe bewijzen mede het gelijk van Ten Cate's keuze voor een assistent die bij de club in alle opzichten nog naam moet maken. Daarom doet de hoofdtrainer van Ajax er goed aan zijn rechterhand snel belangrijker te maken. Op het trainingsveld gebeurt dat zeker al, maar daar weet het publiek meestal weinig van. Hennie heeft inmiddels ook wedstrijden van Ajax' tegenstanders bezocht, zoals op 19 oktober die van Austria Wien tegen het toen nog niet verrassende Zulte Waregem.
Maar toch kom ik erop terug dat ik hem graag eens écht zou zien. In zo'n zelfde positie als mijn idool Ruud Krol destijds: dichtbij de eerst leidinggevende. Of zou Henk ten Cate geen man zijn voor overleg tijdens een wedstrijd? Toe Henk, het oog wil ook wat. We wachten met spanning en nieuwsgierigheid de ontwikkeling van Hennie Spijkermans assistentschap bij onze mooie club Ajax af. Over een half jaar zullen we zeker weer een
'columnbezoek' aan hem brengen. Hopelijk is dan de moed van Ten Cate, te kiezen voor
een publiekelijk onbekende anonieme assistent, nog meer beloond. Want een moedige keuze blijft het.
En dan nu last but not least: Alfons Groenendijk. Als voetbalenthousiast heb ik Alfons Groenendijk natuurlijk al eerder leren kennen. Maar ik wist niet dat hij nu al geschikt zou zijn voor een aanstelling als lid van de technische staf van Ajax. Méér mensen zijn kennelijk benieuwd naar hem, want in de laatste uitgave van Ajax Life vond ik zowaar een bladzijde vol bruikbare informatie. Voor wie het nog niet wist: Alfons heeft een heleboel voetbalervaring in zijn bagage. Hij heeft zelfs buitenlandse ervaring (Manchester City) en won in 1992 met Ajax de UEFA Cup en in 1993 de Nederlandse beker.
Alfons moet het Ajaxgehalte in de technische staf bewaken. Dat is wel te begrijpen, maar is het wel zo'n must? Toen we bijvoorbeeld Danny Blind als trainer hadden deed het Ajaxgehalte er uiteindelijk niet zoveel toe. De resultaten kelderden als de beurskoersen op een slechte dag. Alfons Groenendijk heeft bij Jong Ajax de eerste kneepjes van het trainersvak geleerd. Ik vind het een buitengewoon goede zet dat hij de talentvolle jongeren in de selectie onder zijn hoede heeft gekregen. In een eerdere column heb ik voor die speciale aandacht voor jongere spelers van het eerste gepleit. Verjonging is leuk, maar dat moet dan met beleid en zorgvuldigheid gebeuren. Dit seizoen is het een genot om bijvoorbeeld Tom De Mul als buitenspeler bezig te zien. Zijn fantastische doelpunt tegen Heerenveen uit is een levend bewijs voor de progressie die deze jonge Belg dit jaar wèl doormaakt.
In zijn carriere heeft The Fonz in 411 wedstrijden in Nederlands verband voor 61 doelpunten gezorgd. Let wel: als linkspoot. Als ik dit zo zie dan denk ik dat deze man het kansen benutten in wedstrijden kan doen verbeteren. Hij weet als geen ander waarom scoren soms toch niet lukt, al was de aanval er één uit het boekje. De Ajax-spelers hebben bij hun training er een goede, vurige sparringpartner bij. Zodoende bestaat de gelegenheid om aan mindere deelaspecten te werken. Bij PSV wordt apart op stilstaande situaties geoefend. Ik weet zeker dat dat met Alfons Groenendijk bij Ajax ook nog meer gaat gebeuren. Het is zonder meer leuk dat Groenendijk zegt dichter bij de spelers te staan omdat hij nog maar pas met de actieve voetbalsport gestopt is. Maar moet je, om iets echt over te brengen, soms ook niet boven de groep kunnen staan?
Toen Henk ten Cate en Hennie Spijkerman op 19 oktober UEFA Cup-tegenstanders gingen bekijken zou Alfons Groenendijk de training leiden. Lang kon hij er zich niet op verheugen, want de zaak werd bij nader inzien afgelast. Ik weet zeker dat deze kinderziekten in de nieuwe technische staf bij mijn volgend columnrondje genezen zijn. Een zaak van vertrouwen in de hopelijk nu minder anonieme assistenten en hoofdcoach Henk ten Cate.
Lees ook: Waarom de UEFA Cup ook aantrekkelijk kan zijn
Lees ook: Een avondje Ajax kijken in vak 409
terug
|