Achtergrond: Alleen weg voor de absolute top
29 april 2008 - door onze redacteur Marten Zwitser
Ajax laat haar topspelers steeds minder makkelijk vertrekken en diezelfde spelers willen de club ook steeds vaker alleen verruilen voor de absolute top. De onderhandelingspositie van de Amsterdammers is er de laatste jaren dan ook niet op achteruit gegaan. Met de transfersommen van Zlatan Ibrahimovic en Cristian Chivu werd het voor de club steeds gemakkelijker een bod op een topspeler af te wijzen.
In de vorige eeuw verliet een behoorlijk deel van de 'gouden generatie' van '95 de club nog transfervrij of voor een lage afkoopsom. Hier kwam eind jaren '90 een eind aan door de vercommercialisering van de voetbalwereld. Contracten werden steeds langduriger en eerder verlengd. En wanneer een speler aangaf geen toekomst voor zichzelf meer te zien bij de club, werd diegene op tijd van de hand gedaan. Zo kon er toch verdiend worden aan een speler die anders gratis de deur uit liep.
Al jaren ziet het financiële gedeelte er daardoor bij Ajax prima uit. Dat de Champions League nu twee seizoenen achtereen is misgelopen, verandert daar wel iets aan, maar niet veel. Nog steeds werkt de Amsterdamse club met de hoogste begroting van de Eredivisie. Het geld wordt de laatste jaren - afgezien van het jaar 2002-2003 waarin Ajax de kwartfinale van de Champions League bereikte - niet gegenereerd uit de Europese prestaties, maar uit de verkoop van een aantal bepalende spelers. De echte hoofdprijzen worden betaald sinds het tijdperk Ibrahimovic en Chivu. Zij wilden hogerop en kozen voor Italië. In totaal leverden deze spelers Ajax een slordige 35 miljoen euro op, al vertrok de Roemeen een seizoen eerder dan de Zweed.
Andy van der Meyde, Tom De Mul, Julien Escudé en Markus Rosenberg brachten ook de nodige miljoenen op, maar de echte klappers maakte Ajax vorige zomer. De nog maar 21-jarige Ryan Babel bracht zo'n zeventien miljoen op, spelmaker Wesley Sneijder bijna dertig. Martin van Geel speelde hierin een belangrijke rol, aangezien Real Madrid tot het uiterste moest gaan om Sneijder los te weken. De Spaanse club bood 24 miljoen euro, maar Ajax vroeg dertig. Uiteindelijk zou de kleine middenvelder Ajax na moeizame onderhandelingen 27 miljoen euro opleveren. Eerder wilde Valencia Sneijder graag overnemen, maar na lang nadenken besloot de nummer 10 dat dan toch de voorkeur uitging naar nog een seizoen in Amsterdam.
Met Babel was de situatie anders. Liverpool wilde hem graag inlijven en bood zeventien miljoen euro voor de man die dat seizoen slechts vijf doelpunten produceerde. De gesprekken over de transfer verliepen vlot en al gauw was de overgang definitief. De Engelse club was een droom voor de buitenspeler. Deze kans kon hij niet laten liggen.
De toon was gezet. Ajax wilde voor iedere topspeler de hoofdprijs, want op sportief gebied moest de weg naar boven worden ingezet. Ook Klaas-Jan Huntelaar werd vorige zomer met menig topclub in verband gebracht, maar hij besloot nog zeker een jaar in Amsterdam te blijven. Johnny Heitinga vertrekt volgend seizoen naar Atlético Madrid. Hij mag met recht een oer-Ajacied worden genoemd. Zeventien jaar lang bij een en dezelfde club komt nog maar weinig voor in de voetbalwereld. Het feit dat hij zelfs nog twijfelde of hij Mister Ajax wilde worden, tekent de persoon Heitinga. De liefde voor de club, waar hij eigenlijk al zijn leven lang rondloopt, straalt van de stoere verdediger af.
Het feit dat Huntelaar ook deze zomer weer twijfelt of hij wil vertrekken, zegt veel over de spits. Na vorige zomer leek dit toch echt zijn laatste seizoen in De Arena te worden, maar naar eigen zeggen wil hij Ajax alleen voor de absolute top verlaten. "Voor minder laat ik Ajax niet in de steek", zo liet hij weten.
Recent liet doelman Maarten Stekelenburg aan Sportweek hetzelfde weten als Huntelaar. Hij is eerste keeper, verder ook gelukkig en ziet geen reden de club komende zomer te verlaten, behalve voor de absolute top. En aangezien Stekelenburg 25 jaar is, valt ook hier weer uit op te maken dat spelers niet per se meer vroeg weg willen uit Amsterdam. Blijkbaar vinden de Ajacieden een tussenstap niet meer nodig, waardoor het mogelijk wordt dat het publiek wat jaartjes extra van ze kan genieten. Behalve Babel zijn er de laatste jaren dan ook nog maar weinig bepalende spelers vertrokken die de twintig niet (ruim) gepasseerd waren.
In Italië staat men bekend om de loyaliteit naar de club. Bijna iedere speler uit het nationale elftal speelt voor een Italiaanse club. Het is daar nu eenmaal niet de gewoonte over de grenzen te kijken. Bijna had Heitinga eenzelfde beslissing genomen, waarmee hij zich in een illuster rijtje had kunnen scharen. Paolo Maldini, Francesco Totti en Raúl zijn enkele voorbeelden uit een niet al te lange lijst van spelers die heel hun carrière bij dezelfde club onder contract staan. Wanneer Huntelaar de beslissing neemt Ajax nog een seizoen trouw te blijven, zou ook dat bijzonder zijn. De topscorer wordt komende zomer 25 jaar en zou in dat geval op zijn vroegst vertrekken als hij bijna 26 is. Een speler die al jarenlang top presteert en toch weer een jaar in Nederland blijft, moet wel enige dosis clubliefde bezitten. Natuurlijk heeft Ajax, met het aantrekken van Darío Cvitanich, al ingespeeld op een eventueel vertrek van de spits. En op het moment dat AC Milan, Manchester United of Real Madrid aanklopt, zal het bij Huntelaar ook echt wel gaan kriebelen. Niettemin zijn het mooie gebaren van de Ajax-iconen van de laatste jaren. Amsterdam lijkt weer geliefd en niet zomaar een tussenstation.
Lees ook: Het heilig verklaarde systeem
Lees ook: PSV gaat Ajax achterna
Lees ook: Mislukte Ajax-avonturen
terug
Discussieer over dit achtergrondartikel op het forum!
|