Pienaar en de steekpass
door Lars Wolfkamp (bezoeker Ajax Online) - 21 augustus 2005
Ajax verbaast ieder jaar weer met de aankoop van een spits, en ook dit jaar hebben we alweer een spits mogen toevoegen aan de selectie. Met het aantrekken van Markus Rosenberg ging ik ervan uit dat de selectie rond en klaar was voor een echt Ajax-jaar waarin we weer ouderwets 4-3-3 gingen spelen. Met de klassieke buitenspelers en een echte nummer 10. Danny Blind ziet dit echter anders en heeft besloten om de beste nummer 10 van Ajax op rechts te posteren en met een verdedigende middenvelder te spelen.
Op zich is de keuze voor een verdedigende middenvelder helemaal niet zo gek als je kijkt naar het aanvallende voetbal dat Ajax dit seizoen wil spelen. Het is dan zeker niet onbelangrijk om te spelen met een speler die de balans kan bewaren. Het vreemde is echter dat deze speler altijd centraal moet spelen, terwijl de centrale middenvelder bij Ajax toch écht de nummer 10 moet zijn. Wat is er mis met een verdedigende middenvelder die op de flank speelt? Met een inschuivende verdediger kan Ajax zo alsnog een ruit vormen op het middenveld, met Hedwiges Maduro die vanaf de flank de balans kan bepalen.
Wil Ajax dit systeem echter effectief gaan spelen dan moeten ze met een inschuivende verdediger spelen die het inzicht heeft en de techniek om ook aanvallend toegevoegde waarde te hebben. Spelers als Johnny Heitinga, Olaf Lindenbergh en Julien Escudé kunnen deze taak goed uitvoeren. Het andere probleem is dan een echte nummer 10. Het vreemde is dat Ajax die al jaren in bezit heeft maar het steeds presteert om hem op een andere positie te posteren. Door de blessure van Mauro Rosales gaat Pienaar naar de
rechtsbuitenplaats, waar hij slechts zelden de bal krijgt en dus ook zelden zijn klasse kan tonen. Blind maakt dan in mijn ogen ook een verkeerde keuze door niet gewoon Daniël de Ridder op te stellen als rechtsbuiten, waardoor Ajax het echte vleugelspel kan blijven spelen.
Dit zou ook ten goede komen aan het spel van de nieuwste aanwinst Rosenberg, want het is een spits die altijd de diepte zoekt en dus een speler in zijn rug nodig heeft die hem altijd steunt en daarbij een goede steekpass in huis heeft. Rosenberg wordt dan veel beter benut dan nu. Nu wordt hij slechts met de lange bal gezocht, waardoor hij het altijd moet afleggen tegen de sterke centrale verdedigers van de tegenpartij.
Ajax kan weer het échte Ajax-spelletje gaan spelen met Pienaar op nummer 10, een echte rechts- en linksbuiten, een inschuivende verdediger en een verdedigend denkende middenvelder die vanaf de flanken opereert.
terug
|